• Succesvol slechthorend
  • Posts
  • Filmeditor Max Vonk: 'Bij een communicatieprobleem moet de oplossing van twee kanten komen.'

Filmeditor Max Vonk: 'Bij een communicatieprobleem moet de oplossing van twee kanten komen.'

Dankzij zijn doorzettingsvermogen werd Max een veelgevraagd filmeditor.

Goedemorgen,

Een van de tofste projecten die ik ooit deed was Slechthorend. Nou en?! In 2016 werkte ik hier aan met een team dat volledig bestond uit slechthorenden – behalve de geluidsman. De cameraman en editor was Max Vonk.

Met Max mocht ik daarna vaker samenwerken. We filmden een promofilm voor SH-Jong en vorig jaar een video over De Kleine Dichter, een reguliere basisschool waar dove en slechthorende kinderen welkom zijn.

De carrière van Max vind ik inspirerend. En zijn levensverhaal is bijzonder. Daarom besloot ik hem te interviewen voor mijn nieuwsbrief en boek. Je leest het verslag van ons gesprek in deze nieuwsbrief. Veel leesplezier!

Max Vonk is afgestudeerd aan de Filmacademie Amsterdam als editor. Hij werkte daarna als filmeditor en kleurcorrector. Hij monteerde de korte film Wall #4, die vorig jaar werd geselecteerd voor de Gouden Kalf Competitie. Voor tv-programma De Hokjesman werkte hij mee aan de aflevering over de dovengemeenschap. Daarnaast werkt hij regelmatig aan video’s in Nederlandse Gebarentaal, bijvoorbeeld voor musea via Stichting IN Gebaren.

Foto Max Vonk

Max raakte zijn gehoor kwijt door een hersenvliesontsteking toen hij tien maanden oud was. ‘Voor mijn ouders was dit een grote schok,’ vertelt hij. ‘We woonden in Zuid-Limburg, er was daar toen geen kennis over gebarentaal en men was er nog stellig van overtuigd dat een doof kind niet zou gaan spreken als het gebaren aangereikt kreeg. Toch besloten mijn ouders gelijk om Nederlandse Gebarentaal te leren. Mijn moeder ging cursussen volgen en deed een jaar opleiding tolk Nederlandse Gebarentaal in Utrecht. Ook kregen we hulp van dove volwassenen bij ons in de buurt.’

Auditieve prikkels

Op de lagere school gaat hij eerst naar het speciaal onderwijs in Hoensbroek, waar gebarentaal toen niet toegestaan was. Daar blijft hij niet lang, ook omdat het niveau te laag is. ‘Ik ben daarna naar een reguliere school gegaan, met ambulante begeleiding.

Na de basisschool gaat Max naar de middelbare school, waar hij de havo doet. In de eerste jaren heeft hij het daar moeilijk. Hij draagt hoortoestellen, maar dat biedt eigenlijk niet voldoende ondersteuning bij zijn gehoorverlies. Max: ‘Ik had weinig aansluiting op school. Ik was vooral veel aan het tekenen: stripverhalen.’

In het derde jaar wordt Max geopereerd en krijgt hij een cochleair implantaat (CI). Dat was in het begin moeilijk. ‘Ik merkte plots dat ik gepest werd, wat ik eerder niet doorhad. En ik had ook veel moeite met alle auditieve prikkels. Ik moest er echt mee leren omgaan.’

Talentenjacht

Alles verandert als Max zich aansluit bij een videoclub die onder meer films maakt voor de theatervoorstellingen van de school. ‘Lucas Camps, een jongen uit een andere klas, zocht een cameraman voor zijn filmidee. We maakten een grappige video, waarin we docenten auditie lieten doen voor de talentenjacht Idols.’ De film was een groot succes, en opeens keken zijn klasgenoten anders naar hem. ‘Iedereen vond het cool. Ik werd in de vierde en vijfde klas van de havo opeens populair.’

Als Max in zijn eindexamenjaar een vervolgopleiding moet kiezen, weet hij direct wat hij wil: naar de Filmacademie. ‘Maar mijn mentor zei: “Dat is misschien te ambitieus voor jou, omdat je doof bent.” Ze begon over mediadesign, maar ik wist wat ik wilde. Ik wilde editor worden. En mijn filmvriend Lucas wilde regisseur worden.’

Max solliciteert bij de Filmacademie Amsterdam. ‘Ik had daar een heel leuk gesprek’, zegt hij. ‘Ze vonden me erg geschikt op basis van het toelatingsmateriaal. Ik stond aardig bovenaan hun lijstje. Ze zagen wel dat ik slechthorend was. Maar uiteindelijk werd ik er afgewezen op leeftijd – ik was net achttien jaar, terwijl veel andere studenten veel ouder waren. Ze nodigden me uit om het later nog eens te proberen.’

Schrijftolk voor ondertiteling

Op andere opleidingen waar hij zich inschreef, werd hij steeds afgewezen zonder duidelijke reden. ‘Ik vermoed dat dit kwam omdat de opleidingen twijfels hadden over mijn gehoor.’ Twee jaar later solliciteert hij nog een keer bij de Filmacademie Amsterdam, met een nieuwe korte film die hij maakt met zijn schoolvriend Lucas, die dan al op de Filmacademie studeert. ‘Ze hadden mijn nieuwe werk gezien en zagen mijn groei. Ze waren positief en zeiden tegen mij: “Wat kunnen wij doen om te zorgen dat jij de opleiding kan volgen?”

Tijdens de opleiding zetten de docenten ondertiteling aan bij filmvertoningen, en mocht Max een schrijftolk inzetten. Leerlingen in zijn studieklas maakten zelfs graag gebruik van zijn aantekeningen via de schrijftolk.’

Motiverende woorden

In het tweede studiejaar waren de klassen kleiner. De montageklas had maar zes leerlingen. Max: ‘Ik had direct goed contact met mijn klasgenoten. Ze pasten zich aan. Ze wachtten bijvoorbeeld met praten totdat ik oogcontact met ze had. We keken samen films, gingen samen uit. Er was veel samenwerking. Echt een geweldige tijd!’

Max doorloopt de eerste twee jaar zonder problemen, maar het derde jaar is moeizamer. ‘Ik had pech met een film: er waren een aantal draaidagen afgelast. Daardoor kwam ik in de problemen met montage. Ook kreeg ik vaak vragen van anderen: “Hoe doe je dat dan als je slechthorend bent?” Ik kon zulke vragen als student vaak niet beantwoorden en ging steeds meer aan mezelf twijfelen.’

In die fase gebeurt er iets cruciaals. ‘Ik merkte bij gastdocent Menno Boerema dat die zelf ook gehoorproblemen had. Hij was een zeer ervaren editor, een grote naam in de Nederlandse Filmwereld. Hij heeft voor zijn werk vele prijzen gewonnen. Ik vroeg hem hoe hij met zijn gehoorverlies omging. Hij zei tegen mij: “Mensen komen uiteindelijk voor jou en wat je gemaakt hebt. Laat zien wat je kunt en focus je op het beeld.” Door zijn motiverende woorden en adviezen kreeg ik het vertrouwen om veder te gaan.’ Voor Max blijft Menno Boerema, die helaas in 2019 onverwachts overleed, een grote inspiratiebron en een waar rolmodel.

Verhaal vertellen met beeld

Na zijn afstuderen gaat Max aan de slag bij een aantal productiebedrijven als editor en kleurcorrector. Met zijn oog voor detail past hem dat goed. ‘Tijdens kleurcorrectie-opdrachten doe ik zelfs mijn hoorapparaten soms uit. Dan kan ik me toch heerlijk concentreren.’ Onlangs deed hij dat nog voor het tv-programma De Nieuwe Vermeer – een uitdagende klus door alle schilderijen die daarin te zien zijn en qua kleur goed moeten kloppen.

De focus van Max ligt bij het beeld. Dat klinkt voor de leek logisch, maar dat is het niet altijd. Max: ‘Filmmakers die goed kunnen horen, vertrouwen vaak erop dat ze het verhaal grotendeels vertellen via het geluid. Ik vind het belangrijker dat het beeld zelf het verhaal vertelt. Ik wil bijvoorbeeld de emotie zien in het gezicht, op het moment dat er een gesprek plaatsvindt. Ik laat dus ook zien hoe de luisterende persoon reageert terwijl die niet aan de woord is.’

Zoeken naar de juiste zin

Natuurlijk moet Max ook met geluid werken. Hij zorgt ervoor dat hij goed de audio kan horen. De ruimte moet akoestiek goed klinken en zet hij de speakers vrij dichtbij. Maar luisteren kost ook energie, bijvoorbeeld om het juiste fragment in het interview te vinden. Hoe doet hij dat?

Max: ‘Dat los ik op door transcriptiesoftware te gebruiken. Die analyseert stemmen en schrijft die ook uit. Ik kan er dan doorheen scrollen. Ik selecteer een stukje tekst en dan gaat het editprogramma precies naar het juiste zinnetje in de audio. Dat is bedacht om de werklast voor editors te verminderen, maar dat is natuurlijk heel handig voor slechthorenden.’

Daarnaast print hij soms teksten uit, en markeert hij met verschillende kleuren de stukken die hij in de film wil monteren. ‘Ik gebruik deze methode vooral bij documentaires. Dan hoef ik niet altijd achter de computer te zitten. Met die uitgeknipte teksten kan ik op tafel of op een prikbord gaan schuiven, om een goede volgorde te vinden. Door dat te doen gebruik ik ook meer mijn lichaam en hoef ik minder energie te gebruiken om te horen. Ik hang de teksten op een prikbord, en kan dan de regisseur vragen om mee te denken.’

Communicatie met klanten

In de samenwerking met een regisseur zorgt Max ervoor dat die aan zijn rechterkant zitten, waar hij het beste kan horen. Ook zet hij de film op pauze als iemand feedback wil geven. Dat gaat meestal goed, maar er zijn ook wel eens gevallen dat hij moet samenwerken met iemand die dit zelf storend vindt.

Zo vertelt Max over een samenwerking voor een internetcommercial voor een startup, waarbij een reclamebedrijf hem had gekoppeld aan een regisseur. ‘Die zag mijn gehoor als een zwakte. Hij wilde een editor die zijn aanwijzingen tijdens het afspelen kon verstaan en onthouden, zonder eerst de film stop te moeten zetten. Die regisseur mompelde zachtjes achter mijn rug, en klaagde dan dat ik hem niet heb gehoord. Hij ging daar steeds maar mee door. Op een gegeven moment was ik er zo klaar mee. Ik heb hem de werkschijf gegeven en gezegd: zoek maar een ander editor!’

Later wordt Max teruggebeld door de opdrachtgever. ‘Hij vroeg mij of ik het toch wilde afmaken, maar dan zonder die regisseur erbij. Dat wilde ik: het was een mooi project. Samen met de producent heb ik toen de feedback van de klant verwerkt in de film.’

Max: ‘Waarom ik dit vertel? Als je slechthorend bent moet je een olifantshuid ontwikkelen. Je zult mensen tegenkomen die je beperking als een belemmering zien. Maar jij kunt laten zien dat het met een kleine aanpassing geen belemmering meer is. Als er een communicatieprobleem is, moet de oplossing van twee kanten komen. Vroeger had ik gedacht dat het alleen aan mij lag, nu weet ik: de samenleving moet zich ook kunnen aanpassen aan mij.’

Join the conversation

or to participate.